Een kleine trawler heeft, onder gereefd grootzeil, bezaan plus een stormfok, de opening tussen de beide havenhoofden weten te bezeilen. Vier man zijn nu bezig om het grootzeil te bergen. De oostelijke pier komt aan lij wel erg dichtbij, maar de man aan de helmstok weet het schip net vrij van lagerwal te houden en binnen enkele meters zal de haven zich aan de lijzijde verbreden en is er weer meer ruimte.
De bark die wordt binnengesleept versterkt bij de kijker het effect van de harde strijd die de vissers moeten voeren om veilig de thuishaven aan te lopen. Zij hebben niet de luxe van een stoomsleper als hulp bij het binnenvaren. Hoewel… ook de bark heeft het in Het Kanaal behoorlijk voor de kiezen gehad. Kijk maar naar de flarden van het marszeil aan de grote mast. Ook de fokkemast is gehavend in de storm – de steng en enkele ra’s ontbreken.
Shoreham was al in de Middeleeuwen een niet onbelangrijke haven in Sussex aan de monding van de Adur rivier. Visserij en scheepsbouw waren economisch van betekenis, evenals de oesterkwekerij en -visserij in de monding van de rivier. Maar ook andere vormen van visserij werden vanuit Shoreham beoefend, want de vissersboot op het schilderij is een trawler. Al in 1840 kreeg Shoreham een spoorverbinding met Londen en de vroeg aangevoerde oesters en vis lagen nog diezelfde dag op de markt in de hoofdstad.
Het lot van de zeeman
Charles Napier Hemy (1841-1917) verhuisde in 1880 van Londen naar Falmouth, de grootste natuurlijke haven in Cornwall. Hij zou er tot zijn dood blijven wonen en werken. Vooral het harde leven van de zeelieden en de vissers maakte hij tot het thema van zijn werk.
