Visser van het noorden

Zeilen met de Zeesboten van de Boddenkust

Dit artikel is gepubliceerd in

Aan de Noord-Pommerse kust, tussen Rostock en Rügen, liggen de Bodden; haffachtige binnenzeeën, die door smalle schiereilanden van de Oostzee gescheiden worden. Oostelijk van Rügen gaan die over in het Stettiner Haff. Op de Bodden wordt al vanaf de vijftiende eeuw gevist met een “einheimische” boot, de Zeesboot.

Een Zeesboot is in zekere zin te verge­lijken met de Nederlandse botter: ze visten met een zakvormig net – de Zees – dat over de bodem werd gesleept, hetzij achter het schip, hetzij dwarsuit verlijerend. Achter het schip slepend kun je spreken van een treil of trawl; als die met scheerborden wordt opengehouden van een bordentrawl. Een net dat dwarsuit drijvend gesleept wordt heet bij ons een dwarskuil. In de buurt van Stralsund, onder Rügen, ontstond in de negen­tiende eeuw uit de zeespunter de zeesboot, zoals die nu nog steeds in de regio voorkomt. Met zo’n 110 van deze houten scheepjes wordt nog volop gezeild.

De Fortuna is de grootste van deze voormalige vissersscheepjes, en een bijzondere boven­dien. Ze is de enig bewaarde getuige van de ‘botboten’, die begin twintigste eeuw op plat­vis visten met de toen opkomende borden­trawl. Die bordenkuil werd door een enkel schip onder zeil voortgetrokken. Omdat het aan de buitenzijde van de haffen en bodden heel wat ruwer toeging waren er bouwver­schillen met de boddenboten die aan de bin­nenzijde de dwarskuilvisserij beoefenden.

Zwart geverfd

Aan de kaai van de museumhaven van Bodstedt ligt de grote Zeesboot die de naam van de geluksgodin uit de Romeinse mytho­logie draagt. De Fortuna heeft een fraaie zeeg en steekt met haar zwarte romp af tegen de wijdverbreide gewoonte om het hout blank af te lakken. ‘Vroeger behandelden ze de boten met vernis, maar als die na verloop van tijd grijs en lelijk werd, kwam er zwarte verf op,’ vertelt eigenaar Uwe Gründberg, die alles van zeesboten weet en hecht aan authenticiteit.
De vlakke scheepjes hebben de vorm van een notendop en zijn uitgerust met een mid­zwaard, dat opgetrokken werd als ze met het net uit en de zeilen bak gehaald dwars op wind wegdriftten. Met lange korbomen werd het net – met bovenaan drijvers en onderaan gewichten – opengehouden. In de veertiende eeuw komen we de term Zees al tegen, maar de oudste nog in de vaart zijnde Zeesboot, de FZ1 Old Lady, wordt door deskundigen op 1876 gedateerd. Honderd jaar later was het oeroude vissersambacht aan de Duitse Oost­zeekust nagenoeg uitgestorven.

Benieuwd naar de rest van het verhaal?

Spiegel der Zeilvaart 02/2021

Spiegel der Zeilvaart 2021/02

Bestel en lees verder ›

© Spiegel der Zeilvaart 2021 | Privacybeleid | Voorwaarden | KVK: 56569599 | BTW: NL001796638837 | Bank: NL54RABO 0326 3406 45

Ontwerp en onderhoud door MKB Watersport