Kapitein William Wager stak in het voorjaar van 1816 de Noordzee over met de Defiance. Het stoomscheepje met twee raderen vertrok uit Margate en kwam 16 uur later, op 9 mei, bij Veere ten anker. De volgende dag bereikte het schip al Rotterdam. Wager was kapitein-eigenaar en de oversteek naar Nederland was een zakelijke onderneming. Het doel was om een concessie te krijgen voor enkele beurtvaartlijnen in de Lage Landen, die met zusterschepen van de Defiance zouden worden gevaren. Wager had grote verwachtingen van de inzet van stoomschepen in het waterrijke Nederland, waar zeilende beurtvaart en trekschuiten al sinds de zeventiende eeuw een netwerk van goed functionerend openbaar vervoer vormden. Het schip verbaasde iedereen die het zag omdat het met evenveel gemak zowel stroomafwaarts als stroomopwaarts voer. Koning Willem I kwam ervoor naar de Maasstad, nieuwsgierig. Maar hij was ook al op de hoogte van de voordelen van stoom door zijn verblijf in Engeland. Tijdens de Franse overheersing van de Nederlanden had hij immers zijn toevlucht gezocht aan de overkant van de Noordzee. De Industriële Revolutie was in Groot Brittanië net enkele decennia op stoom, en dat moet je vooral ook letterlijk nemen. De man die later als de ‘Kanalenkoning’ de geschiedenisboeken in zou gaan, omdat hij grote voordelen zag van transport over het water, had oog voor de nieuwe mogelijkheden van de stoomvaart.
Kersverse koning
Toch kwam de door Kapitein Wager zo vurig verlangde concessie er niet. De macht en de weerstand van de schippersgilden, die hun taak al eeuwenlang zeilend hadden vervuld, was te groot. De Defiance voer door naar Duitsland. Het schip oogstte er grote belangstelling, maar evenals in het nieuwe koninkrijk Nederland kreeg Wager ook daar geen harde toezeggingen voor een of meerdere vaste beurtdiensten. Hij liet de moed niet zakken, voer de Rijn af en zette vervolgens koers naar Amsterdam. Op de een of andere manier moet hij geweten hebben van het bezoek van Willem I aan de hoofdstad, want hij was er op het moment van diens komst.
Amsterdam was in september 1816 in een feestelijke stemming tijdens het bezoek van de koning die pas anderhalf jaar eerder gekroond was in de Nieuwe Kerk in de stad. Eerst was er een glorieuze ontvangst op de Dam, waar de stadsschutterijen werden geïnspecteerd. Daarna volgde een feestelijke soiree in het Koninklijk Paleis. De volgende ochtend was het warm en windstil. Bij de Nieuwe Brug scheepte de koning zich met zijn gezelschap in aan boord van een groot jacht, vermoedelijk van de voormalige Amsterdamse admiraliteit, want de koning had nog geen eigen jacht.
