Met een enorme snor voor de neus komt de WR48 aandenderen. Een straffe oostenwind maakt het water hier op het IJsselmeer voor Workum vlak. Aan het helmhout staat Jan van Klink, met als bemanning zijn vriend Sander de Kroon. Deze twintigers varen dit erfgoed met een gemak alsof ze op hun fiets zitten, alsof ze nooit anders gedaan hebben. De 117 jaar oude Wieringer aak is zó goed in balans dat Jan het roer kan loslaten, zodat ze samen in de kuip en op het voordek alle lijnen kunnen opschieten, nadat er zeil gezet is.
Zo moet dat er meer dan een eeuw geleden ook uitgezien hebben, toen er met de WR 48 gevist werd. Dat gebeurde vanaf het – toen nog – eiland Wieringen. De vissers van Wieringen gingen op zoek naar alikruiken, mosselen, zeegras, oesters en paling – alles eigenlijk, zolang het maar geld opbracht. Hun werkplatform? Een zeer robuuste Wieringer aak, waarop Zwolsman van “De Hoop” in Workum het patent leek te hebben.
Kleine Cor
De Wieringer visser Jan Numeijer gaf Ulbe Zwolsman in 1909 de opdracht voor een aak van 41 voet. De aanneemsom bedroeg toentertijd fl 1525,-. Zwolsman gaf deze aak van robuust eikenhout wat meer diepgang dan gebruikelijk, een kwart voet extra. Numeijer doopte het schip Kleine Cor en stak van wal met op de steven het visserijnummer WR48. Jan Numeijer viste elf jaar met de WR48 om het schip daarna te verkopen aan Cornelis Wagenmaker. Deze tweede eigenaar doopte de WR48 om in De Vrouwe Pietertje, maar al na twee jaar ging het schip opnieuw in de verkoop.
Gerbrand Smid is de volgende en geeft het schip de naam Twee Gebroeders. In 1930 laat Smid de eerste motor in het schip bouwen, die in 1934 alweer wordt vervangen door een 50 pk Bolinder gasolie motor. Daarna verhuist de aak naar de overkant van het IJsselmeer: Smid verkoopt in 1948 de aak aan de uit Lemmer afkomstige Andries Jelle Visser. Het schip wordt omgenummerd naar WR248 en krijgt de naam Marga, naar Vissers dochter. Andries viste er toch nog vijf jaar mee, maar het einde van de carrière in de visserij was aanstaande. In 1954 ontfermt E.J. Zeegers zich over de aak en die brengt het schip naar de werf van Lourens Oost in Harderwijk. De opdracht? Bouw de aak om tot jacht. Zeegers doopt zijn ‘aakjacht’ Yge Grimijzer, naar een negentiende-eeuwse Kaap Hoornvaarder uit Nieuwediep (Den Helder).
De ombouw tot jacht mondt echter uit in een eindeloos traject van meer dan twintig jaar. Financiële tegenslagen maken dat het schip nooit helemaal gereedkomt. Uiteindelijk moet het in 1976 toch te water, omdat de werf wordt verkocht. Er staat dan wel een mooi gelijnde eikenhouten roef op, maar die is nog niet ingetimmerd. Zeegers heeft in de 25 jaar dat hij eigenaar is geweest nooit meer mijlen afgelegd dan de tocht van Wieringen naar de werf in Harderwijk.
