Geef of neem een proefabonnement

Erfgoedtopper Kromhout

Demoboot voor de verbrandingsmotor

Dit artikel is gepubliceerd in
Hoe overtuigde je zeilschippers dat een verbrandingsmotor sterk, betrouwbaar en zijn geld meer dan waard was? Werf ’t Kromhout deed het door demoboten te bouwen. Na 119 jaar en een langdurige restauratie vaart de Kromhout 6 nog steeds in volle glorie rond. Al mist er een essentieel onderdeel...

Rond 1905 staat de ontwikkeling van verbrandingsmotoren voor de scheepvaart nog in de kinderschoenen. De Kromhoutwerf in Amsterdam heeft een erg eenvoudige 1-cilinder viertakt petroleummotor ontwikkeld die 12 pk levert. Om te bewijzen dat de motoren sterk en betrouwbaar zijn bouwt de werf er een demonstratieboot omheen, de Kromhout 3. De ‘3’ vaart via Vlissingen helemaal naar de zuidkust van Engeland om op de Solent mee te doen aan een zogeheten betrouwbaarheidswedstrijd. Daarbij werd een vooraf vastgestelde route afgelegd en was de schipper verplicht het verwachte brandstofverbruik, de vaartijd en het toerental van de motor gedurende de tocht vooraf aan de wedstrijdleiding door te geven. Een waarnemer aan boord noteerde tijdens de vaart regelmatig de meterstanden.

De Kromhout 3 wint glansrijk en voor hetzelfde doel wordt in 1907 de Kromhout 6 gebouwd. ‘Een zeer aantrekkelijke, luxe demonstratieboot,’ schrijft Jan Goedkoop die samen met broer Daniël de leiding had over het bedrijf aan de Hoogte Kadijk. De ‘6’ kon 8 knopen lopen, was voorzien van een salon, een kombuis, twee tweepersoonshutten en een toilet met wasbakje. In de midscheeps was de machinekamer, terwijl er in de steven ruimte was voor twee pijpkooien.

Ook de Kromhout 6 wordt ingezet voor wed- strijden en zal er negentien van de twintig winnen waarin zij aan de start verschijnt. Een groot succes is bijvoorbeeld de wedstrijd op de Rijn van Koblenz naar Mainz. Maar als dank voor de bewezen diensten en de bijdrage aan de groei en bloei van de Kromhout Motoren Fabriek wordt het schip toch verkocht.

Naar Dordrecht
De nieuwe eigenaar is een makelaar in assurantiën en schepen in Rotterdam, B.C.D. Hanegraaff, en hij geeft de ‘6’ een nieuwe naam: Batava. De NV Maatschappij tot Exploitatie der Motorboot Batava wordt opgericht, want de voormalige Kromhout 6 blijft een directieschip. Twee jaar later al wordt de Batava doorverkocht aan de in Dordrecht wonende ondernemer en bekende kunstverzamelaar Hidde Nijland. (Nijland bezat bijvoorbeeld honderd tekeningen van Van Gogh en veel werk van Jan Toorop.) Ook hij registreert het schip in een NV en noemt het Dahaja, naar de voornamen van zijn zoons.

Nijland vaart ermee tot het midden van de Eerste Wereldoorlog, maar door de brandstofschaarste kan er dan bijna niet gevaren worden, waarna er opnieuw verkoop volgt. Dit keer aan likeurstoker Jan Wijers, ook uit Dordrecht, en ook nu wordt de Dahaja tot directieschip gebombardeerd. Wijers wordt lid van de Koninklijke Dordrechtsche Roei & Zeilvereniging en zal er tot 1919 mee varen. Dan verlaat de Dahaja Dordrecht om richting West-Brabant te gaan.

Willemstad
In die omgeving, namelijk bij Willemstad, ziet de hoofdredacteur van de Spiegel, die op weg is naar SAIL 2025, het crèmekleurige schip voor het eerst. Hij verbaast zich over het eigenzinnige uiterlijk van het schip waarop de naam Kromhout prijkt. Die naam zorgt voor nog meer nieuwsgierigheid. Waarom zou je een schip noemen naar een motorenmerk? Een korte zoektocht op het internet volgt en daarna is een afspraak snel gemaakt. Een paar maanden later varen we al op het Hollands Diep. Eigenlijk is er te veel wind voor de Kromhout en haar bemanning onder aanvoering van eigenaar Frans Brokx. En hoewel Frans het bezaanzeil op de giek gebonden houdt, laten het grootzeil en de grote kluiver de relatief smalle romp al behoorlijk hellen. De voormalige Kromhout 6 toont haar stoere lijnen, maar toch worden al snel de zeilen gestreken en verlegt Frans de koers naar de thuishaven in Noordschans. Daar heeft het schip sinds 1969 zijn thuishaven.

Maar eerst spoelen we ruim een eeuw terug in de tijd: Piet Vlekke is dan de nieuwe eigenaar geworden. Hij is directeur van de door hem in 1908 opgerichte coöperatieve suikerfabriek in Dinteloord.

Benieuwd naar de rest van het verhaal?

Spiegel der Zeilvaart 02/2026

Spiegel der Zeilvaart 02/2026

Bestel en lees verder ›