Vierhonderd jaar na de scheepsramp in het noorden van het huidige Canada vond Selma Huxley Barkham van het federaal archief documenten die wezen op de locatie van de San Juan. Een team archeologen van Parks Canada hoefde niet lang te zoeken: het schip was snel gevonden en het bleek een van de best bewaarde wrakken uit de zestiende eeuw. In het daaropvolgende decennium werd het wrak gang voor gang, spant voor spant en wrang voor wrang nauwkeurig in kaart gebracht, tot alle drieduizend onderdelen de revue waren gepasseerd. Hiermee is de San Juan samen met de Mary Rose (zie SdZ 1982.10) het best gedocumenteerde wrak uit de zestiende eeuw.
Nadat het onderzoekswerk was voltooid, begon in 2014 een enthousiast team onder leiding van Xavier Agote in het Baskische havenstadje Pasaia aan de bouw van een replica van deze Nao (galjoen), zoals het type schip in Baskenland wordt genoemd. Op traditionele wijze en met traditioneel gereedschap, dus het duurde even eer het voltooid was. Vele vrijwilligers, van jong tot oud en uit binnen- en buitenland hebben door de jaren heen hun steentje bijgedragen aan het project. Uiteindelijk ging afgelopen herfst de voltooide romp van de nieuwe San Juan te water, een paar jaar later dan gepland. Dit voorjaar wordt ze getuigd en voor volgend jaar staat een oceaanreis naar Labrador op de planning.
Specialisme
De walvisvaart was van oudsher een specialisme van de Basken. De Golf van Biskaje was namelijk een populaire “hangplek” voor verschillende Atlantische walvissoorten. Al in de elfde eeuw werd er vanaf de Baskische kust op met name makkelijk te vangen Noordkapers en Grijze Walvissen gejaagd. Tegen de tijd dat de rest van Europa zich met de walvisvaart ging bezighouden, hadden de Basken al een paar eeuwen voorsprong: zij waren de onbetwiste experts op dit gebied.
Vroeg-Nederlandse walvisvaarders hadden doorgaans Baskische zeelieden op de monsterrol staan – zeker de harpoenier was vaak an Baskische komaf. Uiteraard had al dit gejaag in de Golf van Biskaje de walvispopulatie ter plekke totaal gedecimeerd, waardoor ook de vangsten flink terugliepen. Toen de Atlantische kabeljauwvissers – een andere Baskische expertise – meldden dat ze bij de kabeljauwgronden bij Newfoundland veel walvissen hadden gezien, zochten de Basken hun heil aan de andere kant van de oceaan.
