De gezichten staan moeilijk bij het palaver op het dek van moederschip Avontuur. Marlies maakt de route voor vandaag bekend en die zal pittig zijn. Niet door harde wind of regen – er wordt zelfs zon verwacht – maar de wind zal het af laten weten de komende dagen en deelnemers van een raid mogen zeilen, roeien, peddelen of jagen, maar ze mogen geen motor gebruiken. Marlies de Waard en Joost Engelen, bestuursleden van Stichting Natuurlijk Varen, organiseerden de eerste editie van de Redbad Raid. Na het ontbijt op de Avontuur hebben ze de geplande route en de weersverwachting nog eens samen doorgenomen: er staan flink wat mijlen Fries vaarwater op het programma. Dan gaat Marlies, die zelf ook meevaart, voor de groep staan: ‘Omdat we vandaag wel genoeg wind verwachten, willen we nu een lekker lange tocht gaan maken.’ Voor de deelnemers betekent dat veel roeien. Of laat binnenkomen. Rond het moederschip liggen vijftien elegante zeilbootjes. We zien ontwerpen van bekende namen: van de Fransman François Vivier en de Schot Iain Oughtred. Daarnaast zijn er zelf ontworpen en dito gebouwde boten, maar er varen ook bestaande eenheidsklassen mee, zoals een Mirror en twee Tabur 320’s. Alle boten zijn verschillend. De overeenkomst? Ze zijn allemaal geschikt als ‘raid-boot’.
Geschikte raidbootjes
Marlies: ‘Een raidboot moet aan verschillende eisen voldoen. We varen het liefst op plekken waar andere boten niet kunnen komen, omdat er bijvoorbeeld vaste bruggen zijn. De mast moet dus makkelijk te strijken zijn. De meeste boten hebben daarom een ongestaagde mast of een speciale snelle maststrijkconstructie. Met gestreken mast of -masten moet de boot ook onder lage bruggen door passen. Kielboten zijn niet geschikt, want we komen in ondiep water.
En natuurlijk moet je er goed in kunnen roeien. Twee jaar geleden, tijdens de Dore- stad Raid, moesten we de hele ochtend roeien tegen windkracht 4 tot 5. Dan is het fijn als je stevige, lange riemen hebt. We kijken bij de inschrijving goed of bootjes geschikt zijn, om te voorkomen dat deelnemers niet mee kunnen komen. Bijvoorbeeld omdat je voor een brug te lang ligt te prutsen om de mast te strijken; dan zijn de anderen alweer door en kom je te ver achterop.’
