Eigenlijk wilde Pieter Blok het liefst een ‘grote hengst’ bouwen. ‘Daar was ik best wel verliefd op, maar dat was een beetje hoog gegrepen.’ Alhoewel zo’n stoere hengst met z’n enorme kuip wel een passend schip was geweest, want op de dag waarop we ons, voorzien van fotoboot, melden in Middelharnis is de hele familie Blok verzameld. En ze willen allemaal mee, inclusief hond Moos. Op de foto met een professionele fotograaf ga je niet iedere dag.
Gek op oude spullen
Pieter is timmerman en merkte dat hij – net zoals eigenlijk alle timmermannen die wij ontmoeten – de drang voelde om iets groots te verrichten. In zijn geval moest het een boot voor de familie worden. We spreken over acht jaar geleden. Niet dat hij toen onervaren was. Zijn botenbouwcarrière begon al in 2002, toen hij op de zolder (!) van zijn ouderlijk huis een Engels topzeiljachtje bouwde van 6,50 m lengte. Nadat hij afgelopen jaar met zijn bedrijf Timmeratelier Blok de houten garnalenkotter voor het visserijmuseum van Koksijde voltooide, volgde zijn laatste wapenfeit: de steekhengst voor eigen gebruik.
Pieter volgde een opleiding als scheepsbeschieter aan het ROC Zadkine in Rotterdam en ging bij Scheepstimmerbedrijf IJtama aan de slag – ‘Daar heb ik echt veel geleerd’. Dat bedrijf timmert regelmatig kotters in voor Machinefabriek Padmos in Stellendam. Hij eindigde er als chef werkplaats. Een reis naar Noorwegen opende echter zijn ogen: klassieke houten boten dat was het!
Pieter is sowieso behept met de liefde voor oude spullen, auto’s, huizen. ‘Een oud huis, zoals dat van mijn ouders bijvoorbeeld, dat heeft karakter.’ Hij wil maar zeggen: waar je in opgroeit, daar word je mee besmet. Pieter besloot vijftien jaar geleden voor zichzelf te gaan werken en rolde in België en Zuid-West Nederland de erfgoedwereld in. Zo maakte hij onlangs nog een roer voor de loeizware torpedistenschokker MD3, die in Middelharnis weer zeilklaar wordt gemaakt.
Vaargebied
Ondertussen is de hele familie Blok in de nieuwe boot gestapt, klaar om te vertrekken. Vader, moeder Martine, de zonen Paul, Mart en Samuel en dochter Judith met vriendje Willem. Pa heeft jarenlang over de bouw van zijn schip gedaan, maar in de latere fase hielpen de zonen mee. Paul zorgde bijvoorbeeld voor de inbouw van de motor.
We tuffen naar buiten, nadat we eerst een plan de campagne hebben gemaakt. Ik wil graag het Haringvliet over en dan richting het Spui, een riviertje dat de verbinding vormt tussen de Oude Maas en het Haringvliet. Er loopt hier nog stroom en het weerspiegelt het vroegere vaargebied waarin dit soort scheepjes vroeger z’n brood verdiende, al was er toen, bij het ontbreken van een Haringvlietdam, nog sprake van een echt getij. Een steekhengst werd ingezet voor de visserij op net wat ruiger water dan de Biesbosch.
Aan het begin van het Spui, zo graaf ik in mijn herinnering, moet er een mooi hoekje zijn, begroeid met riet. Daar stonden altijd wel een paar fuiken. Het blijkt een beetje een deceptie bij aankomst. Er zijn langgerekte stortstenen dammen aangebracht die net boven de waterspiegel reiken. Mooi dat alle vogels zo de rust krijgen om te fourageren, maar bij de wal in de buurt komen is zo onmogelijk geworden.
