Ssst… daar is de Otter

Elektrische voortstuwing maakt boeier geruisloos

Dit artikel is gepubliceerd in

De Otter mag in alle opzichten een bijzonder schip genoemd worden. Bouw en restauratie toonden al sterke staaltjes van groot vakmanschap, de recente overstap naar elektrische hulpvoortstuwing doet daar nog een flinke schep bovenop.

Langzaam glijdt de Otter door de deuropening van het botenhuis in Heeg, behalve het geluid van wat opspattend schroefwater is het volkomen stil. Daar was het schipper- eigenaar Peter van Heijst vooral om te doen: rust aan boord, zelfs op de motor. Zodat je altijd kunt genieten van je vaartocht, ook als windstilte of de wind pal op de kop in nauw vaarwater je tot motoruren dwingen. In het verleden zat je dan in de herrie van een stampende diesel.
Maar ook het aspect van groener varen sprak Peter aan, ondanks de nog relatief hoge investeringskosten die dat met zich meebrengt. Tenslotte, niet onbelangrijk: als piloot bij de KLM boeit techniek hem vanzelfsprekend in hoge mate. Mooi meegenomen, want overstappen naar elektrisch varen klinkt eenvoudig, bij de uitvoering komt best veel kijken, zeker wanneer je aan de complete installatie van acculader tot schroef de hoogste eisen stelt.

Bouw
De Otter werd eind jaren zeventig door een oudoom van de schipper gebouwd. Dat was een buitengewoon ambitieus project. Als verpakkingsspecialist bij Philips wist hij alles van vorm en vormgeving, maar in je vrije tijd een houten boeier met vloeiende lijnen bouwen was, zonder ervaring met houtbouw, op zijn zachtst gezegd van een iets andere orde. Als flinke duw in de rug maakte hij dankbaar gebruik van de opmetingstekeningen die de Stichting Stamboek Ronde & Platbodemjachten in 1955 liet vervaardigen van de boeier Constanter. Het werd geen exacte kopie, want het gezegde ‘de beste stuurlui staan aan wal’ ging ook bij dit project op. Wanneer je jarenlang in een hangar van de Zweefvliegclub Eindhoven een hoek als bouwwerf gebruikt, melden de nodige ‘specialisten’ zich vanzelf. De kajuit kon wel wat ruimer en die platte zwaarden vonden ze maar helemaal niks, daar moest toch echt een vleugelprofiel in. Zo ontstaat er drukverschil en zeil je net even iets hoger aan de wind. Na de tewaterlating in 1981 – zeven jaar nadat de eerste zaagsnede in het eikenhout was geplaatst – bleek dat buitengewoon goed te werken!
Na vijf jaar nam de bouwer afscheid van de Otter. Na wat omzwervingen kwam het schip in 2002 terug in de familie en volgde, in verschillende fasen, een grondige restauratie door Martijn Perdijk van de werf Wind en Water in Heeg, over wie de Spiegel met enige regelmaat schrijft. Zeer veel schuur-, lak- en verguldwerk werd intussen door Hugo van Heijst gedaan, de vader van Peter. Grote delen van het vlak, de boeg en het berghout werden vervangen. Ook kreeg de Otter een nieuw roer met de kenmerkende schuin aflopende roerklik, werd de kajuitingang vernieuwd en de motorruimte aangepast voor inbouw van de elektromotor plus alle andere componenten die daar bij horen. Bijkomend voordeel van die laatste ingreep was een vlakke kuipvloer omdat de motorkist niet langer nodig was.

Motor
Het vermogen van een verbrandingsmotor valt niet één-op-één om te rekenen naar een elektro- motor, daarvoor zijn de verschillen te groot. Een elektromotor levert bijvoorbeeld een veel hoger koppel bij een laag toerental en ‘een paar tandjes erbij’ verschilt eveneens in de hoeveelheid extra energieverbruik. Liters per uur worden plotseling kilowatts per uur, domweg een andere rekensom.

Benieuwd naar de rest van het verhaal?

Spiegel der Zeilvaart 08/2021

spiegel der zeilvaart 08/2021

Bestel en lees verder ›

© Spiegel der Zeilvaart 2021 | Privacybeleid | Voorwaarden | KVK: 56569599 | BTW: NL001796638837 | Bank: NL54RABO 0326 3406 45

Ontwerp en onderhoud door MKB Watersport