Offeren voor een Prauw

Op Bali keert de geest van de boom terug in de boot.

Dit artikel is gepubliceerd in

Een Hollander die een traditionele Balinese vlerkprauw of jukung laat bouwen; het is een zeldzaamheid. Toch deed Hans Sluiman het maar liefst twee keer. Zijn eerste Lucknow werd in 1993 gebouwd, de tweede, waarmee hij naar het noord-oosten wil zeilen, in 2019. We volgen de bouw, die start met het uitzoeken van de juiste woudreus.

Een houten jukung begint bij de juiste boom. Hoewel: eigenlijk begint het bij de juiste contacten om die boom te vinden en te onderhandelen over de koop ervan. Want het bouwen van een traditionele Balinese jukung is geen alledaagse kwestie meer nu de vissers hun vlerkprauwen van polyester laten maken. Een houten exem­plaar behoort nu tot de uitzonderingen en wanneer de opdrachtgever een ‘Belanda’ is, is dat een zeldzaamheid.

Hans Sluiman woont lang genoeg op Bali om de juiste contacten te hebben. Bij de bouw van zijn eerste jukung in 1993 leerde hij Pak Pica kennen in het kalme dorp dat Padang Bai toen was. Het is niet meer dan logisch hem opnieuw te betrekken bij de bouw van de nieuwe jukung. Pak Pica heeft familie in de bergen, een gebied waar de snelgroeiende Belalu bomen staan. Het hout ervan is zacht en daarmee geschikt voor het maken van de vlerkprauw; omdat de romp uit één stuk bestaat en constant in beweging is, mag het hout niet stug zijn opdat het niet breekt. Een tweede voordeel is het relatieve gemak waarmee het zich laat bewerken. Geen luxe, want het maken van een jukung is voornamelijk handwerk.

De boom waarnaar gezocht wordt, is een hoog exemplaar. Omdat Hans lange tochten wil varen met de jukung, moet er genoeg ruimte zijn voor alle reisbenodigdheden. Hierdoor zal de romp de maximale maat krijgen. De vorm van de boom is belangrijk. Als er genoeg stam overblijft, kan er nog een tweede, kleinere romp uit worden gezaagd. Bij de boom die ze uitkiezen is dat het geval. De Belalu is zo’n 25 meter hoog met een door­snee van anderhalve meter; genoeg hout voor een grote en een kleine romp.

Nu de boom gekozen is, volgt de onderhande­ling met de eigenaar. Het duurt een week voor­dat de prijs overeengekomen wordt. Lange dagen waarin gepraat en gelachen wordt. En gedronken. Arak en tuak zijn een belangrijk smeermiddel in het onderhandelingstraject. Na zeven dagen is het zover: vijfhonderd euro, dat is de prijs waar beide partijen genoegen mee nemen.

Kappen en offeren

De Balinese jukung die Hans laat bouwen is een vlerkprauw, ook wel uitleggerkano genoemd. De romp bestaat uit één stuk, twee losse armen houden de bamboe drijvers vast. Je komt ze in heel Indonesië tegen, afhanke­lijk van het gebied waar gevaren wordt, met één of twee drijvers. Wat de Balinese jukung speciaal maakt, is de kop. Die lijkt op die van de marlijn, maar is gebaseerd op de kop van de olifantsvis. Die vis is het vervoermiddel van Varuna, de Hindoe godheid van de oer­oceaan. De Balinese vissers geloven dat de kwade geesten in zee leven, daarom hebben de koppen van hun jukungs grote ogen die het gevaar tijdig opmerken. Maar de moderne tijd en het praktisch gemak hebben het geloof ingehaald. Toen de Balinezen zo’n twintig jaar geleden met netten gingen vissen, bleek de uítstekende kop zó onhandig, dat die er af gehaald werd. De moderne jukungs hebben vrijwel allemaal een simpele kop en zijn zoals gezegd van polyester. Om een houten exem­plaar te laten bouwen, compleet met vissen­kop, is het zaak een traditionele botenbouwer te vinden, met de kennis van weleer.

Benieuwd naar de rest van het verhaal?

Spiegel der Zeilvaart 02/2021

Spiegel der Zeilvaart 2021/02

Bestel en lees verder ›

© Spiegel der Zeilvaart 2021 | Privacybeleid | Voorwaarden | KVK: 56569599 | BTW: NL001796638837 | Bank: NL54RABO 0326 3406 45

Ontwerp en onderhoud door MKB Watersport