In den beginne was er water, wind en drek. De open uitvloeiing van de Maasdelta in de Noordzee werd gekenmerkt door afzettingen van klei en zand. Het bij stormvloeden nog overstromende land toonde weinig meer beschutting dan wat schaarse struiken en bomen. Modder was de dominante hoedanigheid van de wijde omtrek, wie hier woonde stond letterlijk met beide poten in de klei en verdroeg lijdzaam de drogende klonten en kluiten in kleding en haar. De jager-verzamelaars die zich hier vestigden bleken echter taai en onverzettelijk genoeg om een blijvend stempel op de omgeving te drukken. Hun skeletresten en bewoningssporen, zo’n drieduizend jaar oud, tonen het bestaan van wat archeologen de Vlaardingen cultuur noemen.
Die eerste Vlaardingers vormden de voorboden van de zogeheten ‘neolithische revolutie’: de overgang van het nomadische jagen en verzamelen dat de vroege steentijd kenmerkt, naar een permanente bewoning die landbouw en veeteelt als bestaansbron heeft. De modder bleek vruchtbaar en leeft voort in de stadsnaam, die volgens één uitleg ‘onbebouwd modderland’ betekent, en in de naam van een van de eerste straten – de Dayer oftewel ‘derrie’.
Museumhavensteiger
Nu is het water getemd. Als we van de getijdenrivier de Maas de buitenhaven indraaien, langs het kantoor van de bekende scheepsmakelaar Doeve, stuiten we op een uitgebreid sluizencomplex. Daarachter is de waterstand vastgelegd. De hoogte waarop de oude kerk boven het maaiveld uittorent is nutteloos geworden. Toch bestaat hij nog, en dat is mooi, want hier heeft het oude hart van de Maasstad nog een authentieke glans, die elders in de stad grotendeels ontbreekt.
We meren af achter het museumschip Balder, het pronkjuweel van de Vlaardinger visserijgeschiedenis. Hier mogen we een paar dagen liggen, veilig achter een toegangshek. Dit is de Museumhavensteiger van Vlaardingen, met een zevental oude vaartuigen, waarvan de historiciteit en het aanzien flink uiteenloopt. Een paar sleep-boten en een oud politiepatrouillevaartuig, maar ook een opgebouwde Friese snik, een vrij jong ogende garnalenkotter, een bakdekkruiser en een Wad- en Sontvaarder met grote stuurhut en schoenergetuigde stalen masten. Samen met de Balder vertegenwoordigen ze het scheepsverleden van de stad. De havensleper Harley D. is, naast de Balder, het enige in Vlaardingen gebouwde schip, de overige schepen zijn uit alle windstreken verzameld, zoals in nagenoeg alle Nederlandse museumhavens.